Wildheid zonder strijd
Share
Veel mensen denken bij wild zijn aan groots en radicaal: grenzen verleggen, losbreken, vechten voor vrijheid. Maar wat als wildheid juist zit in zachtheid, in kleine keuzes die ruimte geven aan jezelf? Deze tekst nodigt je uit om wildheid opnieuw te bekijken. Niet als strijd, maar als vrede met jezelf.
Strijd is geen synoniem voor wildheid
Vaak lijkt het alsof je, na jaren van aanpassen, ineens moet leren vechten. Alsof vrijheid vraagt om confrontatie en voortdurende moed. Maar voor veel mensen is dat niet bevrijdend, het is uitputtend. Strijd ontstaat meestal niet omdat je te weinig ruimte neemt, maar omdat je te lang geen ruimte hebt gevoeld. Je merkt het aan kleine dingen: irritatie die sneller opkomt, afspraken die energie kosten, het verlangen om alles even stil te zetten of juist radicaal te breken. Die onrust is geen teken dat je harder moet worden, maar een signaal dat je te lang over je eigen grenzen heen bent gegaan.
Stel, je merkt dat je steeds moe bent na een werkoverleg. In plaats van jezelf te dwingen om “sterker” te zijn, kun je besluiten om een keer niet deel te nemen, of het overleg korter te maken. Dat is een zachte, maar wilde keuze.
Wild zijn is niet hetzelfde als rebelleren
Binnen NOOR betekent wild zijn niet dat je alles omgooit of voortaan overal iets van moet vinden. Wildheid kan heel klein zijn: een afspraak afzeggen zonder uitleg, niet meteen reageren op een bericht, stoppen met iets waar je ooit ja tegen zei maar nu geen ruimte meer voor voelt. Het kan ook betekenen dat je iets blijft doen, hetzelfde werk, dezelfde relatie, maar dat je er anders in aanwezig bent. Minder op scherp, meer in afstemming. Wild zijn is niet tegen de wereld leven, maar stoppen met leven tegen jezelf.
Je zegt bijvoorbeeld een etentje af zonder je schuldig te voelen, omdat je merkt dat je rust nodig hebt. Je laat je telefoon een avond uit, zodat je niet direct hoeft te reageren op berichten. Je blijft in je baan, maar je neemt voortaan elke dag een korte wandeling tussen de middag, omdat je merkt dat je dat nodig hebt.
Zachtheid als radicale beweging
In een tijd waarin systemen knellen, wordt radicaliteit vaak verward met vrijheid. Maar veel mensen hebben geen behoefte aan meer meningen, ze hebben behoefte aan adem. Aan keuzes die niet telkens verdedigd hoeven te worden, aan dagen waarin niet alles een prestatie is. De diepste verschuivingen zijn vaak nauwelijks zichtbaar. Ze zitten niet in wat je roept, maar in wat je laat. In hoe je je tempo aanpast, in hoe je luistert naar je lichaam voordat het je tot stilstand dwingt.
Vrede sluiten met jezelf
Wild zijn kan betekenen dat je ergens uitstapt zonder aankondiging, een rol loslaat die te strak zit, of stopt met het idee dat je altijd beschikbaar moet zijn. Het kan ook betekenen dat je mild wordt voor jezelf op momenten dat je vroeger harder werd. Dat je accepteert dat sommige fases stiller zijn, dat je niet alles hoeft op te lossen of te verbeteren. Wild zijn is vrede sluiten met je eigen ritme, met het feit dat je niet altijd dezelfde energie hebt, met het idee dat veranderen niet altijd zichtbaar hoeft te zijn.
Je accepteert bijvoorbeeld dat je een periode minder sociaal bent en gunt jezelf die rust. Je laat het idee los dat je altijd productief moet zijn, en geniet van een dag zonder plannen. Je stopt met jezelf te pushen om altijd “aan” te staan, en kiest bewust voor een avond op de bank.
Vrijheid als terugkeer
Vrijheid wordt vaak voorgesteld als iets wat je moet bereiken, iets dat wacht aan de overkant na voldoende lef of doorzettingsvermogen. Maar misschien is vrijheid geen overwinning, maar een terugkeer. Naar momenten waarop je voelt: dit klopt. Niet omdat het spectaculair is, maar omdat het rustig is. Niet omdat je iets hebt overwonnen, maar omdat je niets meer hoeft vol te houden.
Wild is geen oorlog, geen breuk, geen rol die je aanneemt. Wild is vrede. Met jezelf, eerst. En misschien is dát wel de meest radicale beweging die je kunt maken.