Schoonheid als weerstand - NOOR goes wild

Schoonheid als weerstand

De wereld staat in brand. Dat is geen metafoor meer, het is gewoon wat er is. Leiders die angst zaaien en het beleid noemen. Oorlogstaal die klinkt als een zakelijke onderhandeling. Energieprijzen die maar blijven stijgen en mensenlevens over de hele wereld raken. Mensen die worden opgepakt alsof ze geen leven hebben buiten hun papieren. En ondertussen lees je het nieuws op je telefoon, tussen twee gewone dingen in, en je weet niet waar je het moet laten.

Het probleem is niet alleen wat er gebeurt. Het probleem is ook hoe het bij je binnenkomt. Niet als iets waar je je op kunt voorbereiden, maar als een constante stroom van beelden en woorden en tonen die je zenuwstelsel binnendringen voordat je je hersenen er ook maar iets over hebben kunnen zeggen. Je bent nog niet wakker of je weet al wat er gisternacht is misgegaan in de wereld. Je bent nog niet thuis of je hebt al drie artikelen gelezen over dingen die je niet kunt oplossen. Het hoofd analyseert maar door, ook als je er klaar mee bent. Vooral als je er klaar mee bent.

Ik merkte op een gegeven moment dat ik harder werd. Niet expres, het gebeurde gewoon. Een soort cynisme dat zich nestelde omdat het makkelijker is dan blijven voelen. Want blijven voelen terwijl er van alles in de wereld gaande is, kost iets. Het kost meer dan mensen denken die het nieuws gewoon kunnen wegleggen.

Maar verharden wilde ik niet.

Er is een verschil tussen verharden en begrenzen. Verharden betekent dat alles van je afglijdt, dat je cynischer wordt over mensen en wat ze waard zijn. Begrenzen betekent iets anders: je blijft zien wat er speelt, maar je kiest bewust waar je je aandacht aan geeft. Niet omdat de rest niet telt, maar omdat je zenuwstelsel niet gebouwd is voor wereldschaal. We zijn gebouwd om zaken het hoofd te kunnen bieden die spelen in ons eigen leven, in beperkte mate. Ons hoofd kan alles analyseren, maar ons lichaam kan niet alles van de hele wereld dragen. En er zijn lichamen die dat sneller weten dan andere.

Dus ik loop de route langs de bomen en een muurschildering in plaats van de kortste weg naar mijn werk langs de shop waar drugs wordt verkocht. Ik maak ankerstenen en focus me op het vormen van het kuiltje voor de duim. Ik kijk naar het middaglicht dat mooie schaduwen op de muur laat ontstaan. Soms is het een magnoliadopje dat ik vind in de tuin, klein en volmaakt en toch al gevallen. Kleine dingen, maar ze zijn van mij. Ze eisen niets, verklaren niets, lossen niets op. Ze zijn er gewoon, in al hun rust, terwijl de wereld buiten blijft draaien.

Dat is niet hetzelfde als wegkijken. Ik kijk wel. Ik kijk en ik zie. Maar ik ben opgehouden te geloven dat erin verdrinken getuigt van meer ernst dan blijven drijven. Dat het moreel iets over je zegt als je ook naar het licht kijkt. De muurschildering maakt de wereld niet rechtvaardiger. De ankersteen lost niets op. Maar ze houden iets in mij intact dat nodig is om überhaupt nog te kunnen zien en te kunnen handelen.

Schoonheid is geen troost. Het is geen ontsnapping en ook geen antwoord. Het is wat ik nodig heb om overeind te blijven in een wereld die groot en hard en abstract aanvoelt, en die dat gevoel elke dag opnieuw bevestigt. Voor wie toch al moeite heeft om het lawaai buiten te houden, is die keuze niet klein. Een bewuste keuze voor het kleine is misschien het meest onderschatte verzet dat er is. Niet omdat het de wereld verandert. Maar omdat het jou heel houdt. En je hebt jezelf nodig.

Terug naar blog