Klei, water, vuur. Keramiek begint met een materiaal dat zacht genoeg is om met je handen te vormen en eindigt, na het bakken, als iets blijvends. Aardewerk, steengoed en porselein zijn allemaal keramiek, maar niet hetzelfde.

Wat is keramiek? Aardewerk, steengoed en porselein

Wat is keramiek?

Keramiek ontstaat wanneer klei wordt gevormd, gedroogd en vervolgens op hoge temperatuur wordt gebakken. Tijdens het bakken verandert het materiaal blijvend. De zachte, vormbare klei wordt een harde keramische scherf en kan daarna niet meer met water worden teruggebracht tot klei.

Onder het woord keramiek valt een grote verscheidenheid aan materialen en objecten. Een terracotta bloempot, een porseleinen kom, een tegel en een handgevormd wandobject zijn allemaal keramiek.

Een belangrijk onderscheid wordt gemaakt tussen aardewerk, steengoed en porselein. Ze verschillen in samenstelling, baktemperatuur, porositeit, sterkte en uitstraling. De grenzen zijn niet absoluut: de exacte temperatuur hangt altijd af van de gebruikte klei en het gewenste resultaat.

Wat is aardewerk?

Aardewerk wordt op relatief lage temperatuur gebakken, meestal grofweg tussen 900 en 1100 °C. De klei sintert tijdens het bakken, maar verglaast niet volledig. Daardoor blijft de scherf poreus.

Terracotta is een bekend voorbeeld van aardewerk. Afhankelijk van de gebruikte klei kan aardewerk na het bakken uiteenlopen van wit en zandkleurig tot rood of donkerbruin.

Omdat aardewerk poreus blijft, wordt het bij gebruiksgoed vaak voorzien van glazuur. Dat geeft het oppervlak niet alleen kleur en glans of juist matheid, maar kan het ook afsluiten tegen vocht.

Wat is steengoed keramiek?

Steengoed wordt op hogere temperatuur gebakken dan aardewerk, vaak ergens tussen ongeveer 1150 en 1300 °C. Veel hedendaagse keramisten werken rond cone 5–6, ongeveer 1180–1220 °C.

Bij deze temperaturen verdicht de klei sterk en vindt vitrificatie plaats: er ontstaat gedeeltelijk een glasachtige fase in de keramische massa. Daardoor wordt steengoed hard, sterk en veel minder poreus dan aardewerk.

NOOR werkt met wit steengoed. Het keramiek wordt met de hand gevormd, gedroogd en eerst biscuit gebakken. Daarna wordt het geglazuurd en volgt een tweede, hetere stook.

Steengoed kan heel strak worden afgewerkt, maar het materiaal leent zich ook voor oppervlakken waarop het maakproces zichtbaar blijft: een botanische afdruk, een onregelmatige rand, een snijlijn of een afdruk van de hand.

Wat is porselein?

Porselein is eveneens keramiek, maar wordt gemaakt van een specifieke, verfijnde samenstelling van grondstoffen waarin kaolien een belangrijke rol speelt.

Porselein wordt doorgaans op hoge temperatuur gestookt, grofweg 1200 tot 1400 °C, afhankelijk van de samenstelling. Modern porselein kan ook rond cone 6, ongeveer 1200 °C, volledig dicht worden gestookt.

Goed gestookt porselein is zeer hard en dicht en heeft een fijne scherf. Dun porselein kan bovendien licht doorlaten. Dat is een van de eigenschappen waarmee het zich onderscheidt van veel aardewerk en steengoed.

Wit keramiek is dus niet automatisch porselein. Ook steengoed kan na het bakken vrijwel wit zijn.

Wat gebeurt er tijdens een biscuitstook?

Voordat keramiek geglazuurd kan worden, wordt het vaak eerst biscuit gebakken. Het werk moet daarvoor volledig droog zijn.

Een biscuitstook vindt doorgaans plaats rond 900–1000 °C, al verschilt ook dit per klei en werkwijze. Bij NOOR wordt het steengoed biscuit gestookt op ongeveer 1000 °C.

Na deze eerste stook is het object hard genoeg om te hanteren, maar het oppervlak is nog poreus. Daardoor kan het water uit vloeibaar glazuur in de scherf trekken en blijft het glazuurmateriaal op het oppervlak achter.

Wat gebeurt er tijdens de glazuurstook?

Na de biscuitstook kan glazuur worden aangebracht. Daarna gaat het werk opnieuw de oven in voor de glazuurstook.

De temperatuur van die tweede stook hangt af van de gebruikte klei én het glazuur. Voor steengoed ligt die temperatuur vaak rond 1180–1280 °C. NOOR werkt met steengoed en glazuren die rond 1200-1220 °C worden gestookt.

Tijdens deze stook rijpt de klei verder en smelt het glazuur. Na afkoeling vormt het een glasachtige laag die met de keramische scherf verbonden is. Ook is het stuk dan flink gekrompen.

Kun je ieder glazuur op iedere klei gebruiken?

Nee. Klei en glazuur moeten passen bij dezelfde stooktemperatuur en ook technisch goed met elkaar samenwerken.

Er bestaan commerciële glazuren voor verschillende temperatuurbereiken. Aardewerkglazuren zijn ontwikkeld om bij relatief lage temperaturen te smelten. Veel steengoedglazuren zijn juist bedoeld voor temperaturen rond cone 5–6 of hoger.

Een glazuur dat bedoeld is voor steengoed zal bij een gebruikelijke aardewerktemperatuur mogelijk onvoldoende smelten. Andersom kan een laag gestookt aardewerkglazuur bij steengoedtemperatuur te ver uitsmelten, gaan lopen of zich op een andere ongewenste manier gedragen.

Daarom kijk je bij een commercieel glazuur altijd naar het door de fabrikant aangegeven stookbereik en controleer je of dat past bij de klei die je gebruikt.

Temperatuur alleen is bovendien niet het hele verhaal. Een glazuur en klei krimpen en zetten bij verwarmen en afkoelen niet noodzakelijk op precies dezelfde manier uit. Een slechte combinatie kan bijvoorbeeld leiden tot haarscheurtjes in het glazuur of juist tot spanning tussen glazuur en scherf.

Klei, glazuur en stookprogramma vormen dus samen één keramisch systeem.

Wat doet glazuur met keramiek?

Glazuur kan een oppervlak glanzend, mat, glad, ruw, transparant of volledig dekkend maken. Het kan kleur toevoegen, een oppervlak beschermen en bij gebruiksgoed helpen om het keramiek minder doordringbaar voor vloeistoffen te maken.

Maar glazuur is geen verf die alleen maar in de oven wordt gedroogd. Tijdens de stook smelt het daadwerkelijk. Grondstoffen reageren met elkaar, kleuren kunnen veranderen en verschillende glazuurlagen kunnen elkaar beïnvloeden.

Daarom ziet een aangebracht glazuur vóór de stook er vaak totaal anders uit dan erna.

En daarom is het openen van een keramiekoven ook nooit volledig voorspelbaar en altijd een verrassing.

Handgemaakt keramiek van NOOR

Het keramiek van NOOR wordt met de hand gevormd uit wit steengoed. De vorm ontstaat door klei uit te rollen, op te bouwen, uit te snijden, te drukken en verder met de hand te vormen.

Het werk wordt eerst biscuit gestookt rond 1000 °C en vervolgens geglazuurd en opnieuw gestookt rond 1220 °C. Bij die tweede stook krijgen zowel het steengoed als het glazuur hun uiteindelijke eigenschappen.

Meer lezen over hoe keramiek wordt gemaakt? Je leest het hier.

Kleine verschillen in vorm, dikte, afdruk en glazuur horen bij dat proces. Twee handgemaakte objecten uit dezelfde klei en met hetzelfde glazuur kunnen daardoor toch van elkaar verschillen.

In de keramiekcollectie van NOOR vind je handgemaakte objecten van steengoed, van keramieken fotolijsten tot werk voor bloemen, wand en licht.